Het Nederlandse fietsparadijs: Waarom fietsen hier zo groot is


BERKELLAND – Nederland heeft 23 miljoen fietsen voor 17,5 miljoen inwoners. Dat is 1,3 fiets per persoon – meer dan elk ander land ter wereld. Er zijn meer fietsen dan auto’s, meer fietspaden dan snelwegen, en meer fietsenrekken dan parkeerplaatsen. Voor Nederlanders is dit volkomen normaal. Voor buitenlanders is het science fiction. Hoe werd dit kleine, vlakke landje het absolute fietsparadijs van de planeet?

Hoe Nederland fietsgek werd: Een historisch ongeluk

In de jaren 60 en 70 was Nederland op weg om net zo auto-geobsedeerd te worden als Amerika. Steden werden heringericht voor auto’s. Wegen werden verbreed. Fietsen werd gezien als ouderwets, iets voor arme mensen en kinderen. Den Haag wilde zelfs de grachten in Amsterdam dempen om er parkeerplaatsen van te maken. Serieus.

Toen gebeurden twee dingen. Eerst: de oliecrisis van 1973. Plotseling was benzine schaars en duur. De overheid riep autovrije zondagen uit. Mensen ontdekten opnieuw hoe fijn het was om zonder auto’s door straten te fietsen. Kinderen speelden op de weg. Het was stiller, schoner, veiliger.

Tweede: een golf van verkeersongevallen met kinderen. In 1971 stierven 3.300 mensen in het verkeer, waarvan 400 kinderen. De beweging “Stop de Kindermoord” ontstond. Ouders eisten veilige straten. Het sentiment kantelde van “auto’s zijn de toekomst” naar “onze kinderen worden vermoord door auto’s”.

Nederland koos bewust voor de fiets. Dit was geen organische ontwikkeling – het was beleid. Andere landen maakten andere keuzes. Amerika koos voor auto’s en suburbs. Duitsland koos voor autobahns. Nederland koos voor fietspaden. Vijftig jaar later zien we het resultaat.

Deze focus op infrastructuur en veiligheid past bij hoe Nederland dingen aanpakt – doordacht, gepland, met oog voor detail. Diezelfde mentaliteit zie je terug in alles, van watermanagement tot digitale platforms. Services zoals Koko Bet begrijpen dat Nederlandse gebruikers verwachtingen hebben die voortkomen uit deze cultuur: duidelijkheid, veiligheid, betrouwbaarheid. Niet als marketing-praatje, maar als fundamenteel onderdeel van hoe dingen hier werken.

Waarom Nederland fietsgek is:

  • Topografie – het land is vlak, geen bergen om tegenop te fietsen
  • Afstanden – steden zijn compact, alles binnen 15 km van elkaar
  • Historische keuze – bewuste investering in fiets-infrastructuur sinds jaren 70
  • Veiligheid – gescheiden fietspaden, verkeersregels die fietsers beschermen

Dit alles samen maakte fietsen de logische keuze. Niet per ongeluk, maar door design.

De infrastructuur die het mogelijk maakt

Nederland heeft 37.000 kilometer aan fietspaden. Dat is langer dan het hele snelwegennetwerk. Er zijn fietsbanen, fietsstraten, fietssluizen, fietsbruggen, fietstunnels. Sommige fietspaden hebben eigen verkeerslichten op fietssnelheid afgesteld. Dit is kerinfrastructuur.

Het verschil met andere landen is enorm. In Frankrijk of Duitsland fiets je op de weg, tussen auto’s. Eng, gevaarlijk, stressvol. In Nederland heb je je eigen pad, fysiek gescheiden van auto’s. Kinderen van 6 jaar fietsen alleen naar school. Oma’s van 80 fietsen naar de supermarkt. Dat kan alleen omdat de infrastructuur het veilig maakt.

De fietscultuur is ook ingebakken in stadsplanning. Nieuwe wijken worden ontworpen met de fiets als primair vervoermiddel. Kantoorpanden hebben fietsparkeerplaatsen voor honderden fietsen. Treinstations hebben enorme fietsenstallingen – Utrecht Centraal heeft er 12.500. Er zijn zelfs fietsparkeergarages met bewaking, reparatieservice en laadpunten voor e-bikes.

Het onderhoud is ook serieus. Fietspaden worden sneeuwvrij gemaakt vóór autowegen. Gaten worden snel gerepareerd. Verlichting is standaard. Dit is geen luxe – dit is hoe Nederland investeert in mobiliteit. De fiets is niet het alternatief voor de auto. De auto is het alternatief voor de fiets.

Interessant is dat dit ook economisch slim is. Een kilometer fietspad kost €50.000-100.000 om aan te leggen. Een kilometer snelweg kost €10-20 miljoen. Fietsen is 100-200x goedkoper per kilometer. Plus: geen brandstofkosten, geen parkeerruimte nodig, geen uitstoot. Het is eigenlijk raar dat andere landen dit niet doen.

Fietsen als identiteit: Meer dan transport

Voor Nederlanders is de fiets meer dan een voertuig – het is een identiteit. Politici fietsen naar het Binnenhof. CEO’s fietsen naar kantoor. De koning fietst (met beveiliging erachter op fietsen). Er is geen statusverschil. Iedereen fietst. Dat is democratie in de praktijk.

De fiets is ook functioneel. Nederlanders doen boodschappen op de fiets – volle tassen aan het stuur, kinderen achterop. Ze gaan naar dates op de fiets. Ze verhuizen spullen op de fiets met een bakfiets. Er zijn fietsen voor elke gelegenheid: stadsfietsen, racefietsen, elektrische fietsen, bakfietsen, ligfietsen. De gemiddelde Nederlander heeft 2-3 fietsen.

Fietsen in weer en wind is normaal. Regen? Regenjas. Sneeuw? Langzamer fietsen. Storm? Nog steeds fietsen, maar je komt aan met wild haar. Er is een soort trots in het fietsen door slechte omstandigheden. “Ik heb door de storm gefietst” is een flex, geen klacht.

De fiets is ook sociaal. Je fietst naast elkaar, praat tijdens het fietsen, groet andere fietsers. Vergelijk dat met autorijden – iedereen apart in zijn eigen metalen doos, geen contact. Fietsen is communaal. Het creëert een ander soort stadsleven – langzamer, menselijker, meer verbonden.

De toekomst: Nog meer fietsen?

Kan het nog fietsvriendelijker? Ja, blijkbaar. Er komen fietssnelwegen voor lange afstanden. Fietspaden worden breder voor de toename aan e-bikes. Er worden meer fietsparkeervoorzieningen gebouwd. Nederland investeert miljarden in fiets-infrastructuur de komende jaren.

E-bikes hebben alles veranderd. Plotseling kunnen mensen van 70+ nog steeds fietsen. Afstanden van 20-30 km worden realistisch. Heuvels (de weinige die Nederland heeft) zijn geen probleem meer. E-bikes maken fietsen toegankelijk voor een grotere groep. En ja, er is discussie of e-bikes “echte fietsen” zijn. Puristen zeggen nee. Pragmatici zeggen: who cares, als mensen maar fietsen.

De uitdaging is dat het té druk wordt. In Amsterdam zijn er files van fietsers in de spits. Fietsparkeerplaatsen zijn overvol. Gestolen fietsen zijn een epidemie (500.000 per jaar). Dit zijn luxe-problemen – problemen die ontstaan omdat iets té succesvol is.

Maar Nederland lost het wel op. Dat is wat Nederland doet – problemen oplossen door betere infrastructuur, betere planning, betere systemen. De fiets is geen nostalgie. Het is de toekomst. Terwijl andere landen nadenken over duurzame mobiliteit, heeft Nederland het al gebouwd. Op twee wielen.

Deel dit artikel:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Meer nieuws

Scroll naar boven