
BERKELLAND – Tijdens de raadsvergadering van dinsdagavond in Berkelland zijn forse zorgen uitgesproken over het nieuwe beleidskader voor de land- en tuinbouw dat door Gedeputeerde Staten van Gelderland is vastgesteld. Aanleiding waren de vragen van VVD-raadslid Wim Klein Willink tijdens het vragen kwartier, die van het college wilde weten of het op de hoogte was van de plannen en in hoeverre de gemeente betrokken is geweest bij de totstandkoming ervan. Klein Willink vroeg het college onder meer of het bekend was met de provinciale voornemens om de omvang van de veehouderij strenger te reguleren, en of het college van plan is richting de provincie te reageren wanneer dit beleid afwijkt van wat de gemeenteraad eerder heeft vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied.
Grote unanieme zorgen
Wethouder Van Gijssel (CDA) gaf aan dat Berkelland pas vorige week donderdag is geïnformeerd en dat er vooraf geen inhoudelijk overleg heeft plaatsgevonden. Volgens Van Gijssel bestaan er “grote en unanieme zorgen” binnen de Achterhoekse gemeenten over de inhoud én over de manier waarop het proces is verlopen. De wethouder sprak van een plan dat “volledig uit de lucht komt vallen”. Een belangrijke reden voor die onrust is dat Berkelland in de provinciale stukken specifiek wordt genoemd vanwege de aanwezigheid van waterwingebieden. Daardoor zou uitbreiding van agrarische bedrijven in grote delen van de gemeente niet langer mogelijk zijn, tenzij elders in Gelderland agrarische activiteiten worden beëindigd. Van Gijssel kondigde aan dat het college zowel schriftelijk zal reageren als zal inspreken bij de provincie.
Laatste woord
Klein Willink stelde vervolgens de vraag wie uiteindelijk het laatste woord heeft over het nieuwe beleid. Van Gijssel bevestigde dat deze bevoegdheid bij Provinciale Staten ligt. Wanneer het besluit precies wordt genomen, is nog niet bekend, maar volgens de wethouder wordt op korte termijn een besluit verwacht. Hij gaf aan inmiddels informeel contact te hebben met de provincie en benadrukte dat de manier waarop dit proces is gelopen “geen pas geeft”. De wethouder benadrukte dat Berkelland de opgaven waar de landbouw voor staat niet ontkent, maar dat de manier waarop die transitie moet worden vormgegeven en hoe de bevoegdheden tussen gemeenten en provincie zijn verdeeld, grote vragen oproept. “Het gaat om ingrijpende keuzes die direct invloed hebben op het landelijk gebied, onze bedrijven en onze inwoners,” zo stelde hij.
De vragen draaiden om het nieuwe beleidsvoornemen van Gedeputeerde Staten, waarin wordt gekozen voor gebieden waar landbouw de hoofdfunctie krijgt en voor zogenoemde verwevingsgebieden. Rondom stikstofgevoelige natuurgebieden, kwetsbare waterlopen en grondwaterbeschermingsgebieden, waaronder delen van Berkelland, komen strengere voorwaarden. Nieuwvestiging of uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderij wordt hier verboden. Daarnaast introduceert de provincie een maximale bedrijfsgrootte, bedoeld om het karakter van familiebedrijven te beschermen. Ook wordt ingezet op innovatie, verduurzaming en ondersteuning van jonge boeren. De plannen maken deel uit van een bredere aanpak, die ook de stikstofreductie en de nieuwe omgevingsvisie omvat. Provinciale Staten moeten het beleidskader nog definitief vaststellen.


















































